• Aanmelden nieuwsbrief
  • Informatie aanvragen / Bel mij terug
  • Aanmelden informatiemiddag
  • Home
  • Over VistaNova
  • Opleidingskalender
  • Veelgestelde vragen
  • Links
  • Contact

Artikelen en interviews

Lig je op koers in het leven of niet?

Lig je op koers in het leven of niet?
Interview met Adriaan Hoogendijk door Ans Tros
Ik wil Adriaan graag interviewen, omdat ik het waardevol vind om de ontstaansgeschiedenis van de methode Hoogendijk, het Koersonderzoek en de opleiding, voor het voetlicht te brengen. Hij is de ontwikkelaar, de oprichter van Adviesbureau Hoogendijk (1987- 2010) en de grondlegger van de Beroepsopleiding tot Loopbaanadviseur. Daarnaast vind ik het interessant om te horen hoe zijn loopbaan zich verder ontwikkelt en met welke creaties hij nu bezig is.

Adriaan Hoogendijk is oprichter van Adviesbureau Hoogendijk en ontwikkelaar van de methode Hoogendijk en de Beroepsopleiding tot LoopbaanAdviseur BLA (1994). Daarnaast is hij een succesvolle en creatieve auteur, pionier over de thema´s loopbaan, vitaliteit, leiderschap, relaties en talenten. Hij publiceerde onder meer het boek Loopbaanzelfsturing, bezieling en vitaliteit (2000) en De Schoonheid van Coachen, Over vitaliserende coaching (2004) en De magie van coachen, Bijzondere momenten uit de coachingspraktijk 2010. Hij is nu actief als loopbaancoach en opleider via zijn bureau Hoogendijk Coaching en Opleiding. De Beroepsopleiding tot Loopbaanadviseur is voortgezet door VistaNova.

Hoe kwam jij op het idee om een prachtig programma te ontwikkelen over het meest bezielende loopbaanperspectief?
Ik heb veel in organisaties gewerkt, in heel verschillende organisaties. In de 80-er jaren werkte ik ook in veel verschillende HBO-instituten. Daar was buitengewoon veel stoffigheid, angst, veel grijsheid, geen vrolijkheid, geen kleur, geen inspiratie. Er was geen benieuwd zijn, verlangen naar iets nieuws was niet eens voelbaar op de instituten waar ik lesgaf.  Dat moest toch anders kunnen. Ik leed daar ook onder. Ik dacht wat is dit vreselijk om hier rond te lopen.

Ondertussen was ik verantwoordelijk voor een deel van een opleiding voor studenten P&O Studie en Beroepskeuze die toen nog bestond. Studenten HRM en P&O, ook maatschappelijk werkers. De studenten waren hongerig om nieuwe dingen te leren, het leek of de studenten naar mij uitstraalden: 'vertel ons eens iets nieuws'. Ik heb dat nog niet eerder zo onder woorden gebracht, maar zo gebeurde het echt. En langzamerhand begon ik ze ook iets nieuws te vertellen. De ene helft van de week was ik Outplacement-consultant en de andere helft van de week liep ik rond in het HBO. Dit was eind 80-er jaren. Er was qua Loopbaanbegeleiding voornamelijk sprake van studie- en beroepskeuzemethodieken. Er was geen opleiding tot Loopbaanadviseur en als Outplacement-adviseur merkte ik dat er iets heel anders nodig was dan de testjes van de Studie- en Beroepskeuze. Het ging niet om lager opgeleide mensen, het ging niet om hele jonge mensen, het ging juist om oudere mensen, hoger opgeleide, en vaak om de midlifefase, het ging ook regelmatig om leiderschap, dus dat vroeg om een volstrekt ander instrumentarium. Dat bestond niet in Nederland. Maar het was wel zo dat de Outplacement-adviseurs van de eerste bureaus Claessens, Phoenix, Van Ede & Partners allemaal bezig waren nieuw materiaal te ontwikkelen. En in dat werkveld bevond ik mij ook, part-time bij Multi Consult, als vestigingsmanager.

Na mijn filosofiestudie ben ik mijn praktijk gestart als filosofisch raadsman en daar heb ik heel veel theorie in ontwikkeld, want ik dacht: ik krijg de hele zaak, de filosofische instituten en de samenleving over me heen. Ik moet me goed kunnen voorbereiden, dat het onderbouwd is wat ik doe. En op een of andere manier was het zo, dat ik toen in dat werkveld kwam waarin heel veel nieuwe dingen gebeurden, outplacement, loopbaanbegeleiding, midcareerbegeleiding. En een heel groot deel van mijn theoretische onderbouwing voor filosofisch raadsmanschap, was zo te transponeren naar het veld van de Loopbaanbegeleiding en Outplacement. Dat kwam omdat het een existentiële methode is. Het was existentieel werk, het was de vraag: 'Wat kom je hier eigenlijk doen op aarde? Hoe besta je? Wat ben je? Hoe is het eigenlijk met jouw bestaan?'. Fundamentele vragen, dus. En op dat fundamentele niveau merkte ik dat je ook heel puur kunt werken met verlangens. Ook met betrekking tot outplacementprocedures. Met mensen die eigenlijk uitgeblust waren, maar vrij snel weer een nieuwe baan nodig hadden. Ik merkte dat wanneer je vroeg naar verlangens, dat mensen door in contact te komen met hun verlangens een heel andere uitstraling kregen, zelf binnen een paar seconden.

Wat zag je dan?
Ik zag mensen blij worden, ik zag het gezicht van mensen in korte tijd verjongen. Ik dacht waar verlangens liggen daar ligt kracht en die kracht hebben mensen nodig om weer verder te gaan met hun loopbaan. En verlangens geven ook aan in welke richting ze het moeten zoeken. Dus toen ontstond al heel snel het begrip: 'op koers liggen'. Lig je op koers in het leven of niet? Nou, dat speelde zich zo af eind 80-er jaren, begin 90-er jaren. En ik werd toen al heel snel gevraagd om consultants op te leiden in Bureau Outplacement Hengelo en Bureau Outplacement Venlo en Maastricht. Die kwamen voort uit het arbeidsbureau. Een heel nieuw initiatief en die consultants die moesten worden opgeleid. Dus ze deden werk dat niet aansloot bij de methodieken die ze aanvankelijk hadden geleerd in de Studie- en Beroepskeuze.
Het is heel goed, dat ik in een heel vroege fase al gevraagd ben om op te leiden. Want juist door het opleiden, wordt het zoveel gemakkelijker om het theoretisch kader helder te krijgen en consistent aan te brengen. Zo is dat gegaan.

Kun je toelichten waardoor het makkelijker wordt?
Je moet het vertellen en uitleggen aan anderen. Maar wat ik moest uitleggen bestond nog niet. Daar waren nog geen boeken voor. Dus het is echt hakkelen en stotteren geweest, maar ik vind het fijn om nieuwe woorden, nieuwe taal te bedenken voor nieuwe dingen. Daar heb ik ook lol in.

Dit is dus de basis van waaruit het Koersonderzoek is ontstaan zoals je later in je prachtige boeken als 'Loopbaan Zelfsturing', 'Schoonheid van Coaching',  hebt uitgewerkt. En het is de basis geweest voor de Beroepsopleiding tot Loopbaanadviseur.
Ja, en ik zocht naar een programma waardoor heel veel verschillende soorten van cliënten bediend konden worden. In de 1e fase begin je al vrij snel met het levensverhaal, zodat er geen dingen over het hoofd gezien konden worden. Zoals onvermoede bijzondere kwaliteiten die je mee kan nemen of vraagstukken die nog volstrekt onopgehelderd zijn, maar waar toch nog iets in geheeld moet worden of waar iets in verhelderd moet worden. Ik heb geprobeerd met het Koersonderzoek wel heel doelgericht, resultaatgericht te kunnen werken, maar zo dat je geen dingen over het hoofd ziet die kostbaar zijn m.b.t. de verdere loopbaan. Of dat je dingen over het hoofd ziet die echt eerst geheeld moeten worden, voordat mensen met voldoende kracht weer verder kunnen in hun loopbaan. Die twee dingen. Dat is steeds de zoektocht geweest. Als part-time loopbaanadviseur werd ik voortdurend gevoed door mijn werkervaring.
Dus ik heb het denk ik in die tijd ook meer tot een particuliere hobby verheven om een programma te bedenken wat heel veel soorten van cliënten kon bedienen.
Wat ik eigenlijk wilde met de opleiding, was het verlangensgerichte coachen en het vitaliteitsconcept als besef en kader in coaches oproepen. En hen daarmee goed te leren werken. Intussen maakten ze zich de methodiek eigen. Het leukste ervan vond ik eigenlijk dat het een levensschool was. Namelijk verlangensgericht werken, verlangensgericht leven, verlangensgericht denken, verlangensgericht in een relatie staan, verlangensgericht met collega's omgaan, verlangensgericht leidinggeven.

Dat was dus heel nieuw. Daarna is voor mij een aanvullende ontwikkeling ontstaan, dat het wel een valkuil heeft om eenzijdig in de verlangens te staan. Verlangens horen bij het toelaten van de werkelijkheid, het toelaten van wat hier en nu is, het toelaten van je eigen gevoelens die nog om verwerking vragen. Het toelaten van onplezierige situaties, het toelaten van situaties die om nieuwe uitdagingen vragen. Meer aandacht gaan schenken aan hoe doe ik het om in het hier en nu te staan, zonder mijn verlangens op te geven. Hoe kun je die twee werelden bij elkaar brengen, het realisme en het idealisme. Dus in het hier en nu te staan, terwijl je ook contact blijft houden met je verlangens, zonder dat die verlangens onmiddellijk in een resultaat worden omgezet. Daar ben ik eigenlijk de laatste 7 à 8 jaar mee bezig geweest. Dat heeft ook weer een nieuwe verdieping gegeven.

Als je zo kijkt, er was helemaal niks. Je was echt in staat met jouw achtergrond als filosoof , werkend in de praktijk op de Hbo-instellingen, aldoor gevoed als het ware, zo nieuwsgierig, om dat in een programma te verwerken. Praktisch te maken, te onderbouwen, eigenlijk iets nieuws neer te zetten. Ik heb het idee dat het nog steeds een hele unieke aanpak is, wat is jouw idee daarover, zover je daar nu zicht op hebt, over Loopbaanprogramma's. Wat is het unieke?
Ik moet even iets ander zeggen wat daaraan vooraf gaat. Ik was de eerste filosofisch raadsman in Nederland en dat heeft een geweldige pers gegeven. Het was nooit eerder vertoond dat een filosoof, die normaal in de ivoren toren van de Universiteit zit, dat die de straat opging. Wat ik daarmee wilde, was dat ik er voor mensen was om met hen hun vraagstukken te ontwarren, zonder dat ik in de rol kwam van therapeut. Ik heb dus juist na mijn filosofiestudie geen therapie-opleiding gedaan. Ik heb (er waren toen niet veel andere mogelijkheden!) een pastoraal psychologische leergang (PPL) van twee jaar gevolgd, om toch feedback te krijgen op hoe ik mensen begeleidde. Dat is eigenlijk een hele nieuwe stroming geworden. Er zijn na mij circa 30 filosofische raadslieden ook begonnen met dit werk. Dus het ging om het unieke van mensbegeleiding zonder dat dat vanuit een autoriteitspositie werd gedaan. Het is gelijkwaardig met iemand creatief meedenken en mensen vragen stellen en in de gelegenheid stellen om zichzelf te verhelderen. De basis daarvan lag bij Socrates, de oude filosoof, van 2500 jaar geleden. Die ging de markt op, vertelde niet hoe de werkelijkheid in elkaar stak, maar hij stelde vragen zodat zijn toehoorders in de gelegenheid werden gesteld om hun eigen vragen te beantwoorden. Dat is voor mij eigenlijk steeds de kern geweest van coaching. Dus die positie van gelijkwaardigheid in mensbegeleiding, die ging daaraan vooraf. Die is heel belangrijk geweest in de ontwikkeling Loopbaanbegeleiding en Coaching. Dat bleek zo, zo is het ook gegaan verder. Dat heeft coaching natuurlijk ook zo'n enorme 'boost' gegeven. Daar was bij uitstek behoefte aan!

Was dat nieuw in de tijd waar jij het over had?
Dat  was volkomen nieuw.

Dan heb je het over de jaren 80?
Ja, in de jaren 80 waren er nog de therapeuten die vanuit een 'zogenaamde' deskundigheid, dus vanuit een kennisveld konden zeggen wat goed voor je was. En dan maak je mensen afhankelijk van je.
Er waren daar ook wel ontwikkelingen in, ook in het begin van de 70-er jaren. Maar in grote lijnen was dat toch zo, dat er vanuit een deskundigheid werd gehandeld. Ik voelde me als Loopbaanbegeleider geen deskundige. Want de deskundigheid zit echt in de cliënt. Dus dat is een heel basaal uitgangspunt, dat cruciaal is in dit werk en dat was toen echt volkomen nieuw.

Dus daardoor is zelfsturing en je eigen antwoorden vinden de basis van het hele Koersonderzoek en de opleiding.
"Ja, ik weet niet wat jij gaat doen in de toekomst, maar daar gaan we samen achter komen". Het ligt verborgen in ons. Het vraagt ook tegelijkertijd het benieuwd zijn naar de ander. En dat je zelf als Loopbaanbegeleider het gevoel hebt dat je niks weet, je zit in het niet-weten. Als je in het niet-weten zit, ben je in de positie om steeds weer de verschillende typen vragen te stellen aan de cliënt, die de cliënt nu net nodig heeft.
Dat gaat zelfs zover, dat ik merk dat ik bijna in ieder gesprek weer hele nieuwe vragen stel. Dat is nog steeds zo. Ik laat me door de cliënt inspireren wat voor vragen er gesteld moeten worden. Ik denk dat ik dus dankzij de cliënten al 1000 soorten vragen heb ontwikkeld. Die vragen heb ik in dat hele instrumentarium gezet. Ik ben gewoon enorm veel vragen gaan verzamelen, rubriceren, en heb ze thematisch in een volgorde gezet in het Koersonderzoek.

Een heel belangrijk aspect van het Koersonderzoek zijn de elementen (aarde, water etc.). Wat was voor jou de aanleiding om dat met elkaar te verbinden. Dat was ook weer iets nieuws? Eigenlijk niet vertoond volgens mij in die tijd?
Ik was eind 80-er jaren directeur van de Hogeschool voor Natuurgeneeskunde in Arnhem. Daar was het gewoon om in termen van water, aarde, lucht en vuur te denken. Je paste dat toe op natuurlijke geneesmiddelen, je paste dat toe op mensen. Je past dat toe op gedragingen, op visies, op verschillende geneeswijzen. Dus dat leefde in die kringen en ik dacht, ik wil dat verder gaan uitbouwen want ik ben zelf ook een rare snijboon en hoe kun je dat allemaal zien? Hoe moet ik mezelf zien? Hoe komt het dat ik steeds met nieuwe ideeën kom en dat ik dat zo weinig om mij heen zie, wat is er dan met mij aan de hand?

En heb je een antwoord gekregen?
Ja, ja, ik ben een typische 'individualist'(zo noemde ik de combinatie van veel vuur en lucht!) geweest in die tijd. Zulke types waren er toen nog niet zo veel. Vuurtypes willen altijd iets nieuws. En ik kon theorieën maken, die vervolgens vertaald moesten worden in toegankelijke taal en die praktisch en resultaatgericht moesten worden. Nou, dat is het Koersonderzoek geworden. Dus ik heb zelf mijn handen vol gehad aan de vier elementen. Om mezelf te begrijpen en om te kijken wat ik nodig had en waar ik nu juist aandacht aan moest schenken om dingen voor elkaar te krijgen. Ik had het gevoel dat in die tijd juist het vuurelement vrij nieuw was: doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg!

Waardoor?
Het vuurelement was eeuwen lang veronachtzaamd geweest. Het nieuwe, het verlangens- georiënteerde. De vonk. Er werd niet gesproken over passie in de 50-er en 60-er jaren. Dat was not done. We moesten vooral gewoon doen. We moesten vooral met de armpjes over elkaar zitten in de schoolbanken en kennis van buiten naar binnen halen i.p.v. de kennis die al binnen is te ont-dekken. Die elementenvierhoek, ja, waarom ga je een elementenvierhoek maken? Ik heb dat al pratende gedaan met cliënten. Om dingen uit te leggen. Ik heb heel veel moeten uitleggen ook aan cliënten. Waarom het toch mag om je vuur te volgen. Waarom dat toch niet verboden is.

Je hebt veel taboes doorbroken door je werk.
Ja, ik ben altijd een vuurmannetje geweest, ik denk dat ik moeilijk hanteerbaar was voor mijn ouders. Eigenlijk is mijn werk ook voor een deel verwerking geweest van mijn jeugd. Wat moet je met zoveel vuur, zoveel innerlijke drijfveren? Hoe ga je daarmee om? Zo, dat men je serieus blijft nemen. Het is pionierswerk geweest. En ook met hangen en wurgen, met vallen en opstaan, met hakkelen en stotteren, met huilen en lachen.

Ben jij nog steeds die pionier?
Ja, dat hoop ik. Ik wil nog graag nieuwe dingen in de wereld zetten.

Waar zit je nu, op welke stroom?
Ik had nog een andere geschiedenis, die ik nog niet vruchtbaar had gemaakt: genderstudies, relaties, seksuologie, intimiteit, culturele aspecten daarvan. Daar had ik in mijn studies veel aandacht aan besteed en dat is levendig gebleven gedurende mijn zoektocht in het leven. Ik vond dat er een opleiding moest komen tot relatiecoach. Waarom is het zo moeilijk om een relatie levendig en vruchtbaar te houden? Er zitten echt veel valkuilen in een relatie. Er kan erg veel misgaan. Een relatie hebben is echt een kunst. Dus dat is mij blijven fascineren. Daar ben ik nog steeds mee bezig en geef ik ook vorm in mijn opleiding tot Relatiecoach.
Daarnaast vond ik het fijn om een Opleiding tot Bezielingscoach in de wereld te zetten, gevuld met weer andere methodieken die ik de laatste tien jaar graag gebruik en die ik ook doeltreffend vind. De waaier van coachingsmethodieken is tegenwoordig trouwens geweldig. Nederland lijkt een smeltpot te worden van levenskunst.
Verder, ik heb altijd genezende handen gehad. En ik was vaak ook verbaasd over wat ik mezelf hoorde zeggen tegen cliënten in de coaching. Dan denk ik, waar komt zo'n stem nou vandaan en hoe kom ik soms aan kippenvel en waarom gebeuren er soms van die onverklaarbare dingen die juist heel cruciaal blijken in coachingsgesprekken. Dus daar ben ik verder mee gegaan onder de noemer van de magie van coachen. Daar houd ik nu een Intensive over, om de innerlijke genezer meer te identificeren en te professionaliseren.

Eigenlijk vanuit dezelfde gedachten, iedereen heeft het in zich.
Ja, mensen verschillen wel in de mate waarin ze de innerlijke genezer in zich hebben bijvoorbeeld. Acht of tien jaar geleden ben ik daar mee begonnen. Zo nu en dan mensen eens gevraagd hoe hoog is jouw puntmuts? Mensen konden intuïtief, exact aangeven hoe hoog hun puntmuts was. Ook mensen die rationeel vanuit hun mentale level aan het vertellen waren dat het allemaal niks voor hen was, konden exact de hoogte van hun puntmuts aangeven. Het is beeldtaal, metaforische taal, maar tevens de taal van de menselijke ziel!

Wat gebeurde er toen?
Mensen zijn verbaasd over waar ze hun hand boven hun hoofd houden. En dat ze dat überhaupt doen. Schaterend ...

Toon mij uw puntmuts en ik zeg u wie u...
Nee, nee, dat is ook weer een kwestie van hakkelen en stotteren. En ontdekken, pionierswerk, want mensen verschillen enorm in de soorten van magiërs die ze in zich hebben. En ook de mate waarin ze die kwaliteiten hebben. Voorbeelden van puntmutsen zijn bijvoorbeeld de innerlijke genezer, de innerlijke magiër, de innerlijke alchemist die wil transformeren. Die lood in goud wil veranderen. De innerlijke hoge priesteres. Willem Glaudemans heeft een paar van die archetypes op een rijtje gezet. Het is heel belangrijk om je eigen magische kwaliteiten te leren kennen. Omdat je daar in je werk als coach zoveel aan kan hebben en je de wereld ermee verrijkt; www.talentenspel.nl

Zijn het archetypische rollen of figuren?
Ja, je kunt ze zien als persoonlijkheden of subpersoonlijkheden. Je kunt ze ook op een andere stoel laten plaatsnemen en hen gaan interviewen. Je kunt ook zeggen het zijn een soort energieclusters die je in je meedraagt. Het woord talent vind ik ook goed. Het is een cluster van kwaliteiten. Ik denk dat dit soort kwaliteiten erg graag hun gang willen gaan, graag zich willen manifesteren. Als de genezer in mij niet kan werken, dan word ik daar zelf ook niet gelukkiger van. Bijzonder is ook weer dat die innerlijke magiërs zeg maar, zo op verschillende manieren kunnen werken. Ik kan de innerlijke genezer aan het werk zetten als coach, maar ik kan ook de innerlijke genezer aan het werk zetten in energiewerk. Dan werk ik bijvoorbeeld met mijn handen, of met mijn creatieve intentie. Het is belangrijk om ze te leren kennen, te weten wat voor een vaardigheden je met je meedraagt. Het is ook weer bijzonder om te zien hoe multi-aanwendbaar ze zijn.

Dus als je kijkt naar jouw loopbaan zeg je: 'de basis voor mijn werk is steeds vanuit nieuwsgierigheid ontdekken, bij mezelf, bij anderen, welke verlangens, idealen, woorden, bezieling, welke kwaliteiten leven er in mij?'. En hoe maak je daar verbinding mee, hoe geef je daar richting aan in de loopbaancoaching? Als je beziet waar je nu mee bezig bent, in welke stroom zit dat en waar gaat dat naartoe? Het lijkt of je steeds laagjes dieper, dieper in connectie komt met kennis.
Ja, ik kom iedere keer weer nieuwe dingen tegen die in mij zitten en die er eigenlijk heel lang niet mochten zijn. De innerlijke genezer die mocht er ook niet zijn. Daar was geen ruimte voor. De wetenschappers zeiden dat dat niet bestaat. Ik heb kennelijk een soort leven waarbij ik steeds dingen tegenkom, waarvan ik het gevoel had dat die er niet mochten zijn. Ik heb ook heel lang getwijfeld ben ik nou innerlijk eigenlijk meer een man of meer een vrouw. Hoort er eigenlijk ook niet te zijn. Zo'n vraag hoort er op zich al niet te zijn. Laat staan zo'n gevoel hoort er niet te zijn. Ik had dat dus wel. Ik ben zo ook meer gaan nadenken en zo ging ik aan de slag destijds met genderstudies. Dus je kunt ook zeggen: jongens, ik kom op voor wat ik in mijzelf meedraag en wat ongebruikelijk is of wat niet ten volle of vanzelfsprekendheid er mocht zijn in de samenleving en dan ontstaan er dus kennelijk gewoon nieuwe producten. Dat kan ook. Erik van Praag heeft ooit een artikel geschreven, waarin hij stelde dat je missie doorgaans voortkomt uit je diepste levenswond. Dat vind ik een hele mooie zin. Dus ga kijken waar je het meeste ellende van hebt, om te kijken wat dat heeft opgeleverd en hup daar ontstaat iets heel nieuws, waar nou net de wereld op zit te wachten.

Blijft het ook zo denk je? Dat we vanuit onze diepste levenswond het goud gaan ontdekken. Zal dat zo blijven? Zie jij dat bij jongere generaties?
Nee, ik denk het niet. Ik behoor tot de generaties van de tweede levenshelft. Jongeren zijn op een andere manier aan het tobben. Die hebben veel makkelijker contact met hun intuïtie, met hun heldervoelendheid of helderziendheid of die lopen rond met nieuwe opvattingen over leven en over samenleven en over samenwerken. En die zijn meer aan het tobben over wat is dit voor een zooitje waarin ik ben terechtgekomen. En hoe krijg ik het voor elkaar dat ik het doe zoals ik voel hoe het ook zou kunnen. En ik zit meer in situaties van het eerste pioniersschap. Ik denk dat het pioniersschap wel zal blijven bestaan, maar het ziet er iedere keer weer anders uit.

Ik hoop het...
Maar het is ook wel zielig voor ze dat ze zo moeten wennen aan dat het hier zo stroef gaat, dat het allemaal in procedures moet en dat soort dingen die ze niet herkennen, dat alles onderbouwd moet worden, liefst bewezen. En dat de stof zo traag is, zeg ik ze wel eens. Het denken zit bij velen van hen in hun rechterhersenhelft, terwijl er eisen worden gesteld aan hun linkerhersenhelft, dus dat is voor velen erg wennen.

Wat betekent dat voor het vak van Loopbaanadviseur? Verdwijnt dat?
Uiteindelijk zullen er steeds meer zelfsturingsvaardigheden gaan ontstaan. Dat is een langzaam proces. En mensen hebben in het koersen meedenkers nodig. Er is nog voor decennia aan werk voor ons, totdat in heel Nederland in alle lagen van de bevolking deze vaardigheden zijn gedeprofessionaliseerd. Dan bestaat het vak misschien niet meer. Er zijn nu jonge mensen (twintigers), die congressen organiseren waar dit volstrekt vanzelfsprekend is. Wat ik met vallen en opstaan als een van de eerste in de wereld heb gezet, is nu volstrekt vanzelfsprekend.

Noem eens een voorbeeld?
Verlangen, bezieling, vitaliteit, dat zijn echt van die woorden. Ik kwam met die woorden en het was een eye-opener voor heel veel mensen. Ik zag mensen dus letterlijk vitaal worden als ze zich openstelden voor hun verlangens gingen staan. Toen werd het woord vitaliteit eigenlijk alleen nog gebruikt in de branche van sport of met het oog op het goed functioneren van de bloedsomloop, fysieke dingen. Ik bedoelde het eigenlijk als een psychische en existentiële staat van zijn. En dat was heel nieuw om dat op zo'n manier te gebruiken. Nu heeft iedereen het erover.

Maar je zegt eigenlijk, we gaan er naartoe dat het uiteindelijk niet meer nodig is.
Ja.

Fantastisch.
Ja, dat betekent op den duur ook weer nieuwe loopbaanuitdagingen voor de Loopbaanadviseurs zelf.

Als je je vak verstaat..
Dan geef je het door aan anderen en tegelijk ook aan jezelf.

En je bent aan je eigen loopbaan aan het werk.
Ja, precies.
Er is in organisaties in de loop der tijden ook veel met Loopbaanadviseurs gesold. Heen en weer gegooid. Dus dat betekent dat we zelf steeds weer opnieuw het goede voorbeeld moeten geven en dat geldt ook voor mij in mijn huidige werksituatie. Ik hoef mijn eigen boeken maar te lezen en ik snap weer wat ik moet doen. 

Ideaal, gelukkig kunnen anderen ze ook lezen. Heb je nog ter afsluiting een  gouden tip die essentieel is in je loopbaan?
De kern van de loopbaanzelfsturing is of je van jezelf houdt of niet... De zorg voor jezelf komt altijd eerst, de liefde voor je eigen gekwetstheden ook, de liefde voor je heling, de aandacht die je besteedt aan jezelf, de liefde voor je eigen verlangens, het serieus nemen van je eigen verlangens. Het waardevol vinden van je eigen bijdrage aan de wereld. Dat is altijd besmettelijk en juist daar kun je de wereld mee dienen.

 

 


« terug naar het overzicht
  • Boeken
  • Artikelen en interviews
  • Nieuwsbrieven
  • Blog van Ans Tros
Sitemap Disclaimer Privacy Policy Algemene voorwaarden